In Groningen speelt het Alfa-college actief in op de mentale gezondheid van mbo-studenten door de inzet van vier zogenoemde schoolpastors. Zij bieden studenten een laagdrempelig en vertrouwelijk luisterend oor wanneer daar behoefte aan is. Landelijk wordt de onderwijsinstelling gezien als een voorloper op dit gebied.

De Onderwijsraad noemt het Alfa-college in een recent rapport een goed voorbeeld van hoe onderwijsinstellingen kunnen bijdragen aan het welzijn van studenten. Daarmee krijgt de aanpak van de Groningse mbo-school ook landelijke erkenning, zo schrijft RTV Noord.

“Het voelt veilig om hier te komen,” vertelt een studente die regelmatig gebruikmaakt van het schoolpastoraat. “Hij heeft mij heel veel geholpen. Het voelt gewoon fijn. Het maakt niet uit wat voor problemen je hebt, je kunt hier altijd om hulp vragen.”

Aandacht en vertrouwen centraal

Volgens schoolpastor Maurits Stevens draait het pastoraat vooral om aandacht en vertrouwen. “Het gaat om oog hebben voor elkaar en om het delen van je verhaal in een veilige, vertrouwelijke setting. Alleen al door te luisteren, merken we dat veel studenten geholpen zijn.”

Het schoolpastoraat is daarmee geen therapie, maar vormt wel een belangrijke schakel binnen het ondersteuningsnetwerk van de school. Studenten kunnen er terecht met vragen over het leven, zichzelf en hun toekomst.

Mentale gezondheid onder druk

Dat het welzijn van jongeren en jongvolwassenen onder druk staat, is al langer bekend. Van basisschool tot universiteit is een duidelijke stijging te zien in het aantal jongeren met mentale en psychische klachten, zoals depressie, angst, stress en onzekerheid. Ook doen steeds meer jongeren een beroep op jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg (GGZ).

Ook op het Alfa-college is die ontwikkeling zichtbaar. Het pastoraat begon in 2009 als onderdeel van de christelijke identiteit van de school, met vieringen rond Kerstmis en Pasen. Inmiddels is het uitgegroeid tot een breed vangnet voor studenten met uiteenlopende hulpvragen.

“We zien dat studenten eerder om hulp vragen en ook sneller worden doorverwezen naar het schoolpastoraat,” zegt pastor Henriette Huizenga. De coronapandemie speelde daarbij een belangrijke rol. “Voor veel studenten was dat hun eerste echte confrontatie met tegenslag. We merkten dat ze het lastig vonden om daarmee om te gaan.”

Onzekerheid en maatschappelijke druk

Naast persoonlijke problemen spelen ook bredere maatschappelijke ontwikkelingen een rol. “Denk aan de klimaatcrisis, de wooncrisis en oorlogsdreiging,” zegt Huizenga. “Dat zijn complexe en onzekere thema’s. Studenten hebben een sterke behoefte aan begeleiding om, te midden van al die ontwikkelingen, richting te geven aan een zinvol leven.”

Studenten melden zich bij de pastors met klachten als depressiviteit, suïcidaliteit, stress, eenzaamheid en angsten. Ook vragen rond autisme, ADHD, ADD en PTSS komen regelmatig voorbij. Daarnaast spelen soms onveilige thuissituaties, armoede, seksuele identiteit of een migratieachtergrond een rol.

Vertrouwelijk en laagdrempelig

Volgens de pastors ligt de kracht van het schoolpastoraat vooral in de vertrouwelijkheid. “Wij hebben een geheimhoudingsplicht,” benadrukt Huizenga. “Niemand krijgt inzage in de aard van de gesprekken. Dat maakt dat studenten zich veilig voelen.”

Die veiligheid zorgt ervoor dat studenten zich steeds meer openstellen. “Naarmate het vertrouwen groeit, durven ze meer te delen. Het belangrijkste is dat studenten ervaren dat ze serieus genomen worden en dat hun verhaal er mag zijn,” zegt Huizenga. “Zelfs na het afstuderen kan de begeleiding, als dat nodig is, gewoon doorgaan.”

Bron: NOS & RTV Noord