Leerlingen in Noord- en Oost-Nederland krijgen minder vaak een hoger schooladvies dan leeftijdsgenoten in de Randstad. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Inspectie van het Onderwijs.
Bron: NOS
Bij de overgang naar de middelbare school wordt het advies in stedelijke gebieden vaker naar boven bijgesteld na de doorstroomtoets. In landelijke regio’s gebeurt dat minder vaak. Daardoor belanden leerlingen hier later ook vaker op een lager niveau dan hun oorspronkelijke potentie.
Volgens de inspectie is dit een zorgelijke ontwikkeling. “Het zou niet uit mogen maken waar je opgroeit,” stelt inspecteur-generaal Alida Oppers.
Mogelijke oorzaken liggen onder meer in cultuurverschillen, bereikbaarheid van scholen en sociaaleconomische factoren. In regio’s als Drenthe, Groningen en Friesland speelt volgens onderzoekers vaker een terughoudendere houding bij het aanpassen van adviezen, terwijl ook armoede en reisafstanden een rol kunnen spelen.
De onderwijsinspectie roept scholen op om zich bewuster te zijn van deze verschillen en drempels weg te nemen, zodat alle leerlingen gelijke kansen krijgen—ongeacht waar ze opgroeien.
